Categories Menu

Droombewustzijn – de creatieve laag

over hersengolven, dromen, meditatie en trance

Aernoudt Knecht MScHet droombewustzijn speelt een sleutelrol in het overbruggen van ons onderbewuste en ons bewustzijn, en in het opschonen van ons mentale en energetische systeem. Dromen doen we meestal ’s nachts en onbewust, maar er zijn technieken om bewust te dromen en meesterschap over de droomwereld te ontwikkelen. Kijk mee waarom dat nuttig is.

Hersengolven en bewustzijnslagen

Honderden miljarden hersencellen in je hoofd zijn allemaal verbonden met tientallen tot honderden andere hersencellen. Signalen worden rondgestuurd met kleine elektrische stroompjes, die op het contactvlak tussen twee hersencellen, de synaps, overgebracht worden in chemische vorm en vervolgens weer verder lopen in elektrische vorm. De optelsom van al die miljarden stroompjes geeft een elektromagnetisch signaal af. In 1924 ontdekte de Duitse arts Hans Berger dat dit signaal meetbaar is en dat je hersengolven in frequentie toenemen of afnemen afhankelijk van de bewustzijnstoestand waarin je je bevindt. Men heeft deze frequenties ingedeeld in vier categorieën.

Bèta-golven, van 12 tot 40 Hz, wijzen op actief denken en concentratie: een alert en naar buiten gericht bewustzijn. Alfa-golven, met een frequentie tussen de 8 en 12 Hz wijzen op gedachteloos wakker zijn: een ontspannen en meditatief bewustzijn. Thèta-golven, tussen 4 en 8 Hz, gaan samen met doezelen of (dag)dromen en is de meest voorkomende frequentie bij kleuters. Delta-golven, met een frequentie beneden 4 Hz, zien we vooral tijdens diepe slaap en bij baby’s. Wanneer men tijdens de slaap begint te dromen gaan de golven tijdelijk van delta naar thèta.

De hersenen van kleine kinderen produceren dus vooral thètagolven. Maar vanaf de leeftijd van ongeveer vijf jaar worden dat alfa-golven met een beetje bèta, en vervolgens vooral bèta-golven met een beetje alfa. De algemene wetenschappelijke opvatting is dat deze frequentie-toename tot de normale ontwikkeling behoort, maar sommigen denken dat de bèta-frequentie abnormaal is. Als men opgroeit in de samenleving en steeds meer spanningen te verwerken krijgt, begint men emoties te onderdrukken en dat gaat gepaard met een toename van bètagolven. Wanneer deze ’s nachts naar langzamere golven overgaan, komen onderdrukte emoties naar de oppervlakte om verwerkt te worden in je dromen. Of het nu gaat om een normale ontwikkeling, of dat er sprake is van een collectieve afwijking van onze samenleving, men is het er in elk geval over eens dat het aanpassen aan de buitenwereld een toename in bèta-frequenties veroorzaakt. Bèta-frequenties wijzen op een toestand van ‘nood’ en ‘overleving’.

Droombewustzijn – de creatieve laag

Vanuit een behoefte aan ontsnapping aan de bèta-spanningen van het dagelijkse leven worden er de laatste jaren veel oefeningen aangeboden om jezelf in alfa-bewustzijn te brengen. Door het doen van yoga en meditatie bijvoorbeeld, maken bètagolven plaats voor dit soort langzamere golven. Men ervaart een gevoel van diepe ontspanning en gedachteloosheid, en dat brengt innerlijke rust. Wanneer je naar nóg tragere golven zakt ontstaat het thèta-bewustzijn, de grens tussen waken en slapen. Thèta-bewustzijn wordt ook wel de ‘creatieve laag’ genoemd. Men denkt niet in woorden maar ziet vooral beelden, men krijgt inzichten en ziet nieuwe verbanden tussen dingen. Ook ons voorstellingsvermogen – bij kinderen nog sterk aanwezig – hangt samen met thèta-frequenties. In thèta-bewustzijn ontstaan creatieve en nieuwe gedachten en kan intuïtieve informatie naar het bewustzijn komen.

Het nut van de creatieve laag wordt duidelijk als we kijken naar de gevolgen wanneer deze ontbreekt. Zo brengen autoritaire leraren op school hun leerlingen in een overlevingsmodus en wekken daarmee bèta-golven op. Daardoor kunnen deze leerlingen minder goed verbanden leggen, en minder goed informatie opnemen. Wetenschappelijk onderzoek toont ook aan dat dagelijks dromen levensnoodzakelijk is, anders ontstaan desoriëntatie, huilbuien, agressiviteit, geheugenstoornissen, concentratieproblemen, kortom mentale gekte. Langdurig niet dromen kan zelfs tot de dood leiden. Om niet vast te lopen is het, net als bij een computer, nodig om regelmatig rommel op te ruimen en je harde schijf te defragmenteren.

Ontwaken – de wakkere droom

Dromen helpen ons dus om in balans te blijven, en daarom is het nuttig om deze toestand actief op te wekken. Maar enkel de aanwezigheid van thèta-golven is niet voldoende om bewust te kunnen groeien, want dromen zijn moeilijk naar het dagbewustzijn over te brengen. We herinneren ons de meeste van onze nachtelijke dromen niet. Ook bij diepe hypnose zijn er nauwelijks of geen alfa- en bèta-golven waar te nemen, en dus is men zich onder hypnose vaak niet bewust van wat men doet en herinnert men zich achteraf vaak niets van de ervaring. Om de ervaring bewust te beleven, en naar het dagbewustzijn over te hevelen, moet het thèta-bewustzijn gepaard gaan met een klein percentage bèta-golven.

Een manier waarop thèta-golven ontstaan is wanneer men zich vanuit alfa-bewustzijn nog verder en dieper ontspant en uiteindelijk in slaap valt. Een andere manier waarop thèta-golven ontstaan is wanneer men tijdens de slaap tijdelijk van delta naar thèta schuift, en begint te dromen. Maar het kan ook anders. Fysieke ontspanning is niet altijd nodig, en de route naar thèta hoeft niet altijd via alfa te lopen. Er zijn andere manieren om mentale ontspanning te bereiken, zoals bepaalde fysieke activiteiten.

Het is algemeen bekend dat sommige lichamelijke activiteiten trance-opwekkend zijn. Er zijn vele oefeningen om een bewuste droomtoestand op te roepen, en allemaal zorgen ze ervoor dat de hersenen tragere golven gaan produceren terwijl het lichaam actief blijft. Langdurig sporten bijvoorbeeld, of dansen. Ook het bespelen van een muziekinstrument met een monotoon of ritmisch karakter brengt een mens in thèta-bewustzijn. De plezierigste en meeste toegankelijke manier die ik ken, is trancedans, of geblinddoekte bewegingsmeditatie.

© Aernoudt Knecht